Mnemosyne in de St. Steven

geplaatst in: nieuws | 0

Midzomeravond….. De langste dag van het jaar kwam aan zijn einde. De statige St.Stevenskerk was leeg en verlicht met mat grijs licht. In deze sacrale ruimte tussen pilaren en hoge gewelven liepen de leden van het koor in hun zwarte concertkleding wat rond. Het orgel zweeg, het inzingen was klaar.

Het Requiem van Duruflé, liederen van Poulenc, orgelmuziek van Berkum en Jehan Alain….daar maakten we ons klaar voor. De intimiteit van onder andere de bekende Franse dodenmis zou gaan klinken op deze gewijde plek. Daar bereidde iedereen zich op zijn of haar eigen manier op voor.

Buiten waren de aanhoudende stortbuien even gestopt. Het publiek met paraplu’s en regenjassen wachtte buiten in een lange slingerende rij.

Om kwart over 8 gingen de deuren open. De kerk vulde zich. Bij binnenkomst kreeg ieder een kaarsje, ter overdenking van een dierbare overledene, ter ondersteuning van een ieder die bij dit concert een speciale intentie had. Op een grote tafel links van het koor stond gedurende de hele avond een grote kaars met vele kleine kaarsjes te branden.

Het programma was met zorg samengesteld en opgebouwd. De stukken voorafgaand aan het beroemde Requiem van Duruflé gaven een idee van de rijke Franse muzikale wereld van de vorige eeuw. De componisten Poulenc en Alain kenden hem goed.

Het orgel begon indrukwekkend met zowel kleine fijnzinnige als luide, bijna oorverdovende klanken…. De organiste Jetty Podt speelde virtuoos in zowel de kleine als de grote akkoorden van Alain.

Het koor bracht a capella twee motetten van Poulenc, ” pour un temps de penitence”. Berouw. De akoestiek van de kerk liet de klanken zweven. Vinea mea electa, mijn verkozen wijngaard, in bitterheid verkeerd. Tenebrae factae sunt, de duisternis viel in. Poulencs koorwerk voor alleen vrouwenstemmen, Litanies a la Vierge Noire, was met begeleiding van het orgel verrassend en indrukwekkend.

Het publiek werd meegenomen naar het thema van het concert: het lijden, de steun en troost van het Requiem. Het stuk houdt zich redelijk strikt aan de eeuwenoude liturgie van de Gregoriaanse dodenmis. De (katholieke) ouderen in het publiek kennen de Latijnse teksten en melodieën van deze Gregoriaanse gezangen al hun hele leven. De zeggingskracht van de woorden en melodielijnen blijft groot. Ook het jongere publiek kon genieten van het indrukwekkende samenspel van koor en orgel; iedereen werd meegenomen door zachte tonen van troost en hoop, door teksten van diep geloof in God, in het eeuwige leven na de dood, de ontferming. Een klankverhaal waarbij dan weer het koor de hoofdrol kreeg, dan weer het orgel nadrukkelijk op de voorgrond trad. Het muziekstuk nam het publiek steeds verder mee in het proces van afscheid, de intensiteit van de driegende dood, het onvermijdelijke en onbegrijpelijke,  het dreigement en diepe treurnis… op weg naar het Lux Aeterna.

Het vijfde deel van de dodenmis is Pie Jesu, een van de mooiste delen, werd solo vertolkt door sopraan Marieke Perry. De smeekbede aan Jezus om de overledenen de eeuwige rust te geven. Schitterend klein en sacraal gezongen.

Het grootse Libera me (bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood ) was magistraal. In Paradisum werd vertolkt met de intentie van hoop op zaligheid na de dood.

De inspirerende dirigent, Koen van der Meer, wist de muzikanten en het publiek allemaal mee te nemen naar het slotakkoord…  aanhoudend steeds stiller en kleiner, en stiller en kleiner…

Mogen de engelen U het paradijs binnenleiden,

Moge het engelenkoor U ontvangen,

En moge U eeuwige rust hebben.

Een oorverdovend applaus na zoveel stilte en intimiteit. Het publiek ging zelfs staan.

Bloemen en buigingen. Iedereen bleef nog lang napraten met elkaar.

De avond viel heel langzaam… midzomernacht 2016.

De kaarsjes brandden totdat ook zij in stilte en rust doofden.